Als God geneest kan een rolstoel overbodig worden.

Wonderen

A. Wonderen in de Bijbel

Laten we beginnen met de Bijbel. Reeds in het Oude Testament lezen we over wonderen. De Syrische generaal Našman was melaats. Veel uitleggers stellen, dat melaatsheid hetzelfde is als lepra. Maar op internet (Wikipedia) lees ik: "Lepra is een van de ziekten die aangeduid werd met melaatsheid." Er waren dus meer aandoeningen, die met melaatsheid werden aangeduid. Lepra kent trouwens ook verschillende vormen. Er is een variant die weinig besmettelijk is, en er is een variant die zeer besmettelijk is.
Našman kreeg van een Joodse slavin het advies om naar de profeet in IsraŽl te gaan. In die tijd was dat Eliza. Het is trouwens opmerkelijk, dat deze slavin dat advies gaf aan degene die haar gevangen hield. Ze had ook kunnen zeggen: "Sterf maar!" Blijkbaar had het meisje door de Geest van de God van IsraŽl geleerd om ook haar vijanden lief te hebben. Našman volgde het advies op en ging naar IsraŽl. Na wat geharrewar (de koning van IsraŽl vertrouwde het niet en dacht dat de generaal een aanleiding zocht om een oorlog te beginnen) kwam de generaal bij het huis van Eliza aan en kreeg het advies om zich zevenmaal onder te dompelen in de rivier de Jordaan. Eerst wilde hij dat niet en had minachtende gedachten over die rivier. Maar op advies van zijn dienaren deed hij het uiteindelijk toch en werd tot zijn blijdschap genezen! Toen erkende hij, dat de God van IsraŽl de ware God is!

Door Eliza werden nog veel meer wonderen gedaan. Of liever gezegd: "door God". Eliza was slechts een middel in Gods hand om bepaalde tekenen te geven. God kan dat ook zonder tussenkomst van een mens. Maar soms kiest God ervoor om er een mens bij te betrekken. We moeten dus niet te veel gericht zijn op de genezer, maar veeleer op God Zelf, Die de ware oorzaak van de wonderen is.
In die tijd was er bijvoorbeeld iemand die met een bijl aan het hakken was. Maar het ijzer vloog van de steel af en kwam in het water terecht, waar het onmiddellijk naar de bodem zonk. Eliza nam toen een stuk hout en gooide het in het water. Toen draaide God de wetten der natuur even om. Het hout zonk naar de bodem en het ijzer van de bijl kwam bovendrijven en kon opgehaald worden.

In het Nieuwe Testament is het vooral de Here Jezus, Die wonderen doet. Blinden ontvingen het gezichtsvermogen. Lammen konden ineens lopen. Doven hoorden plotseling de geluiden om hen heen. Stommen begonnen te spreken. Zelfs doden werden uit de dood opgewekt. Lazarus bijvoorbeeld stierf. De Here Jezus was zeer bevriend met hem en zijn twee zusters: Maria en Martha. Maar tijdens het sterven was Hij ergens anders in het land. Pas na 4 dagen kwam Hij op bezoek bij de diepbedroefde vrouwen. Hij vroeg waar het graf was en de tranen liepen over Zijn gezicht van ontroering. Toen kwam de Here Jezus bij het graf en dankte God de Vader, omdat Hij reeds van tevoren wist wat er gebeuren zou. Toen riep Hij met luide stem: "Lazarus, kom naar buiten!" (Blijkbaar was Lazarus begraven in een soort spelonk, wat in die tijd wel meer gebeurde). En inderdaad kwam Lazarus naar buiten, terwijl zijn handen, voeten en gezicht nog omwonden waren van doeken. Wellicht was Lazarus vůůr zijn begrafenis nog gebalsemd of iets dergelijks. In opdracht van de Here Jezus werden de grafdoeken verwijderd en Maria en Martha hadden hun broer weer terug. Tevens was het volk getuige van dit wonder en velen kwamen tot geloof.


De opwekking van Lazarus uit de dood.

Een andere keer ontmoette de Here Jezus een vrouw met een kromme rug, die zich niet kon oprichten. Het was niet even een tijdelijke aandoening. Nee, zij leed er al achttien jaar onder. Haar rug was wellicht totaal vergroeid. Maar op het machtswoord van de Heiland (ťťn van de namen van de Here Jezus) werd haar rug weer recht!

Toen de Here Jezus aan het kruis gestorven was, scheurde het grote gordijn in de tempel (tussen het heilige en het heilige der heiligen) ineens in tweeŽn. Er kwam een aardbeving en steenrotsen scheurden. Graven gingen open en mensen stonden op uit de dood. Die liepen naar Jeruzalem en verschenen aan velen.

Na het sterven, de opstanding en de hemelvaart van de Here Jezus (hoezeer waren die opstanding en die hemelvaart ook grote wonderen!) hielden de wonderen niet op. Ook door Paulus en de andere apostelen werden wonderen verricht. Op de Pinksterdag spraken de apostelen ineens in talen, die ze nooit geleerd hadden, zodat alle buitenlanders, die vanwege het Joodse wekenfeest tijdelijk in Jeruzalem verbleven, over Gods wonderwerken en over het Evangelie konden horen. En bij de zendingsreizen van de apostel Paulus gebeurde het, dat zieken reeds genezen werden als men een kledingstuk van Paulus op hen legde.

De apostel Johannes, die vanwege zijn geloof verbannen was naar het eiland Patmos, had een bijzondere ervaring. De Here Jezus verscheen aan hem in hemelse heerlijkheid. Johannes kreeg toen de opdracht om aan 7 gemeenten in Klein-AziŽ (het tegenwoordige Turkije) brieven te schrijven om deze gemeenten te berispen of juist te bemoedigen. De Here Jezus straalde een hemels licht uit. Hij was bekleed met een lang kleed tot de voeten, had een gouden gordel om, Zijn hoofd en haar waren wit als sneeuw, en Zijn ogen waren als vuurvlammen. Zijn voeten waren als gloeiend koper en Zijn stem was als het geluid van een waterval. Uit Zijn mond ging een scherp zwaard en Zijn aangezicht was als de zon, wanneer die met kracht schijnt. De indruk van deze verschijning had zoveel uitwerking bij Johannes, dat hij als dood aan de voeten van de Here Jezus viel.

DaniŽl had ten tijde van het Oude Testament trouwens al een soortgelijke ervaring. We lezen dat in DaniŽl 10. DaniŽl ziet daar een engel of de Here Jezus Zelf (want de Heiland was er al vůůr de scheppingsdagen van Genesis 1). De beschrijving van de persoon, die door DaniŽl gezien wordt, komt in veel opzichten overeen met de beschrijving van de Here Jezus, zoals bovenvermeld. En ook DaniŽl bezwijkt bij de aanblik van zoveel hemelse heerlijkheid en valt voorover op de grond. Maar DaniŽl moet zich weer oprichten en ontvangt nieuwe krachten.

Men kan al deze verhalen afdoen als sprookjes. Maar zijn het werkelijk sprookjes? Er gebeuren tegenwoordig nog steeds wonderen!!



B. Wonderen in onze tijd

1. Sri Lanka


De jonge Nita Edwards uit het Aziatische Sri Lanka was een sportieve atletische vrouw. Het was rond het jaar 1976. Ze had juist de dag ervoor met haar team vele wedstrijden gewonnen en op ťťn na alle trofeeŽn voor vrouwen behaald. Maar plotseling gleed ze van de trap van het studentenhuis en kon onderaan de trap niet meer overeind komen. Haar benen weigerden dienst. Mensen snelden toe en hielpen haar overeind. En toen kon ze zich toch nog met pijn en moeite naar haar kamer slepen. Ze dwong zich om te lachen om het voorval. Voor haar studie was ze helemaal van Sri Lanka naar Noord-India gegaan en het eindexamen was al over twee weken. Ze kon het zich dus niet permitteren om veel aandacht te besteden aan haar pijnlijke lichaam, vond ze. Maar op weg naar het toilet merkte ze, dat ze haar evenwicht kwijt was. Om de 3 of 4 stappen dreigde ze te vallen. En het werd steeds erger. 's Avonds viel ze al om de haverklap. De volgende dag stapte ze rond met een wandelstok. Wat een afgang voor deze atletische vrouw! Spottend zei ze tegen de mensen: "Ik oefen mezelf in hoogspringen!". Maar in de loop der dagen nam de pijn in hevigheid toe. Een doodse gevoelloosheid kwam in haar benen omhoog. Op aandringen van een vriendin liet ze zich naar een dokter brengen. Die constateerde dat 2 tussenwervelschijven volkomen versplinterd waren.

De dokter zei ook, dat Nita onmiddellijk in het ziekenhuis moest worden opgenomen. Om financiŽle redenen weigerde ze dat, maar ze liet zich wel per vliegtuig naar Sri Lanka terugbrengen om aldaar opgenomen te worden. Haar familie kon haar dan bijstaan. In het ziekenhuis werd ze ingepakt in het gips en in bed gelegd met haar benen omhoog getakeld. Een gewicht daaraan van 7 kilo moest haar beschadigde rug weer rechttrekken. Er kwam echter geen verbetering in haar situatie. Vanuit haar bed studeerde ze nog en las in de Bijbel, o.a. Psalm 46: 2: "God is ons een Toevlucht en Sterkte; Hij is krachtelijk bevonden een Hulp in benauwdheden." Maar wat merkte ze daarvan? Er kwam nog een nierinfectie bij en ze kreeg de ene kwaal na de andere. Ook begon haar lichaam langzaam te vergroeien. Haar tenen gingen krom staan en haar benen begonnen te verdraaien. Haar spijsvertering was het volgende probleem. Ze kreeg verstopping en snijdende krampen. Slechts soep, sap en pap kon ze nog enigszins verdragen. Op een dag kreeg ze echter vreselijke verstikkende krampen en verloor het bewustzijn. De hoofdzuster dacht dat ze zou sterven. Maar Nita kwam weer bij. De afbraak ging echter toch door. Haar spraakvermogen viel bijna en soms helemaal uit en ze kon bijna niets meer zien. En soms was ze ook nog een proefkonijn voor de medici, die vaak meer aan hun eigen belang dan aan haar welzijn dachten.

Aangezien Nita niet veel meer te verwachten had van het ziekenhuis koos ze ervoor om in een flat te gaan wonen met persoonlijke verzorging. Het leek nogal absurd, maar het werd toch verwezenlijkt met hulp van familie en vrienden.
Op een dag, toen ze alleen was, hoorde ze ineens een stem. Ze schrok ervan, omdat ze dacht dat ze alleen in de kamer was. Er was ook geen ander mens in het vertrek. De Here Zelf sprak tot haar en zei: "Ik ga je oprichten om het evangelie aan AziŽ te brengen." Er werd nog aan toegevoegd: "Ik ga je genezen op vrijdag 11 februari". Met moeite strekte ze zich uit naar de bel en liet haar verzorgster komen. Maar die vond niemand anders in de kamer. En er was ook geen radio of bandrecorder aan. Toch twijfelde Nita nog. Had God werkelijk tot haar gesproken? Of misschien de duivel? Daarom vroeg ze aan God nog een bevestigend teken. Ze wilde de boodschap nogmaals horen, maar dan in het openbaar, met andere mensen erbij.

In de daaropvolgende tijd werd er een nieuwe kerk ingewijd. Nita's vrienden wilden dat Nita ook naar de inwijdingsdienst zou gaan, in een rolstoel. Met grote tegenzin stemde ze daar mee in. In die kerk sprak iemand een boodschap uit. Het waren precies de woorden, die de stem in haar kamer had gesproken. Haar hart sprong op van vreugde! Vervolgens vroeg ze de volgende dag aan God om haar ook bekend te maken hoe laat ze genezen zou worden. Een zachte innerlijke stem sprak diep in haar hart: "Half 4 in de middag." Aanvankelijk vertelde ze niets aan haar verzorgster, omdat deze geen Christen was. Maar niet lang daarna kreeg Nita toch het gevoel, dat ze haar verzorgster in de zaak moest betrekken. Met hulp van deze verzorgster schreef ze op een stuk papier: "Vrijdag, 11 februari, 1977, 3.30 n.m." Dit moest de verzorgster bewaren.

Slechts aan enkele Christen-vrienden vertelde Nita wat ze precies verwachtte. Een aantal mensen moest aanwezig zijn op de genoemde dag en tijd. Ook medische deskundigen om de echtheid van de genezing te bevestigen. Ondertussen zag ze met groot verlangen uit naar de genoemde dag en tijd. Eindelijk was het zo ver. Precies om half 4 kwam de Here Jezus in een verblindende heerlijkheid de kamer binnen. Nita werd tot overvloeiens toe vervuld van verlangen naar Hem en van Zijn onpeilbare liefde. En toen strekte Hij een doorboorde hand naar haar uit en raakte haar aan. Op slag werd zij genezen!
Even later kwam de boeddhistische verzorgster binnen en kon haar ogen niet geloven, omdat zij Nita zag opstaan en lopen. Nita sloeg haar armen om haar heen. Toen haalde de verzorgster het papier met de datum en de tijd en huilde van ontroering. Nita was inderdaad volkomen genezen en wijdde haar leven aan God toe. God had bevestigd wat er staat in HebreeŽn 13: 8: "Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en in der eeuwigheid."


2. Zuid-Afrika

Personenvervoer in sommige landen

In het jaar 1966 ontstond er een grote opwekking onder de Zoeloes in Zuid-Afrika. Een opwekking wil zeggen, dat Gods Geest met kracht en massaal onder de mensen werkt. Hierdoor gaat men intens bidden, krijgt men een duidelijke overtuiging van eigen zonden, en gaat men zich met hart en ziel richten op God en de dingen die met Hem te maken hebben. Opwekkingen gaan ook vaak gepaard met wonderen. Op die manier laat God zien, dat Hij werkelijk bestaat en de mensen oproept tot geloof en bekering, opdat Zijn Koninkrijk op aarde opgebouwd wordt, en opdat de ware gelovigen het eeuwige leven zullen beŽrven.
Ook in Zuid-Afrika gebeurden er in die tijd en ook nog lang daarna vele wonderen. Lammen werden hersteld en konden weer lopen, blinden kregen het gezichtsvermogen, doven gingen horen, enz. Maar de mensen die genezen wilden worden, moesten vooraf wel hun zonden belijden. Het was beslist niet de bedoeling, dat ze met een genezen lichaam door zouden gaan met heidense afgoderij en andere zonden.

De opwekking begon al heel indrukwekkend. Gods Geest werkte plotseling zo krachtig in de heidense toverdokters en andere Zoeloes, dat ze massaal naar de zendingspost kwamen omdat ze voelden, dat ze redding nodig hadden. De mensen kwamen bij honderden en nog eens honderden. Uiteindelijk werden het er duizenden. Dan werden boze geesten uitgedreven en werd het Evangelie aan de mensen verkondigd. Het aantal nieuwe gelovigen groeide gestaag. De medewerkers van de zendingspost, die zich inzetten om de mensen op te vangen, werkten haast dag en nacht!

Als de zendelingen en evangelisten, die door God bij deze opwekking gebruikt werden, ergens anders in het land een samenkomst hielden, kwamen de mensen van heinde en ver naar de plaats van ontmoeting. De vrachtauto's die gebruikt werden om de mensen te vervoeren waren afgeladen! Op een dag wilde de bestuurder van zo'n vrachtwagen een blinde zwarte vrouw met een klein meisje aan de hand passeren. Maar de blinde vrouw wilde de auto tot stoppen brengen, omdat zij mee wilde. Ze wilde genezen worden van haar blindheid! De auto was echter al zo vol, dat ze geweigerd werd. Bitter huilend bleef ze achter. Het was op een vrijdag. Op zaterdag werd de samenkomst gehouden. Er waren tien blinden bij, die allen het licht in hun ogen kregen! Op zondag ging de vrachtwagen weer terug om de mensen thuis te brengen. Opnieuw stond de zwarte vrouw aan de kant van de weg. Maar nu was zij gelukkig en jubelde. "Ik kan zien!" riep zij, "nu ben ik ook een discipel van Jezus Christus!" Men vroeg naar het tijdstip van de genezing. Dat was precies het tijdstip, waarop de andere blinden genezen werden tijdens de samenkomst! God was haar niet vergeten en had Zich over haar ontfermd, hoewel ze niet mee kon naar de samenkomst!


3. China

Veroordeeld tot de dood,
biddend om Gods genade....
Zou God nog naar hem
omzien?

Het Engelse meisje Glady Aylward groeide op in de tijd van de Eerste Wereldoorlog (1914 - 1918). Aanvankelijk wilde ze niets te maken hebben met het christelijke geloof, maar door de woorden van een predikant kwam ze toch tot geloof. De predikant had gesproken over 2 Korinthe 5: 10: "Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage, hetgeen door het lichaam geschiedt, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad." Deze boodschap maakte haar onrustig en uiteindelijk gaf ze zich geheel aan de Here over. Na verloop van tijd kreeg ze zelfs de overtuiging, dat ze naar China moest om daar het Evangelie te brengen. Na een poging om een zendings-opleiding te volgen en een tijd sparen ging ze op reis en kwam ze in China aan. Het was 1932. Aldaar werd ze de hulp van een zendelinge, die al langer in het land verbleef. Maar na verloop van tijd stierf de oudere vrouw en Glady stond er alleen voor. Met Gods hulp echter kon ze toch zegenrijk werk doen. Het was overigens niet altijd gemakkelijk. Verre daarvan! Toen de Japanners China aanvielen werd ook haar huis door een bom getroffen. De ravage was groot en ze moest alles weer opbouwen. Bovendien maakte ze een keer een ernstige fout. Doordat ze zich aanvankelijk neutraal opstelde kon ze zowel onder de Chinese als onder de Japanse soldaten het Evangelie brengen. Maar op een keer liet zij zich verleiden om informatie over het Japanse leger over te brengen aan een Chinese officier. Toen werd er door de Japanners een prijs uitgeloofd voor iedereen, die Glady in hun handen zou overleveren. Glady moest vluchten en nam een schare kinderen mee, die door haar verzorgd werden. Deze kinderen waren op haar hulp aangewezen, ook omdat vele meisjes door de Japanners werden misbruikt.

Maar God gebruikt ook mensen in Zijn dienst, die fouten maken! (Anders zou God niemand kunnen gebruiken, want iedereen maakt fouten!). Glady mocht evenwel vele Chinezen tot zegen zijn. Soms kwamen zij massaal tot geloof! Van de Chinese regering kreeg ze toestemming om regelmatig naar de gevangenis te gaan om ook daar Gods Woord bekend te maken. Eťn van de gevangenen dreef echter de spot met haar en imiteerde haar op een komische manier, terwijl hij op een stoel ging staan. Op een dag echter, toen hij Glady weer na wilde doen, merkte hij dat er een zware druk op zijn armen werd uitgeoefend. Hij kon ze niet meer omhoog krijgen zoals anders. Hij begon te stotteren en toen leek het wel alsof zijn tong vast kwam te zitten. Na een wandelingetje probeerde hij het nog eens, maar weer lukte het niet. Na de derde mislukking, toen de andere mannen hem uitlachten, werd hij woedend. Hij raakte in een gevecht met een andere man en probeerde hem te vermoorden. De andere mannen riepen de bewakers en die brachten de spotter naar een cel voor de zwaarst gestraften. Zijn handen en voeten werden in ijzeren boeien geklonken. De volgende dag werd opnieuw de doodstraf over hem uitgesproken. Vrij rondlopen over de binnenplaats was er toen niet meer bij.

In zijn dodencel sloeg de schrik om zijn hart. De aardse doodstraf was tot daaraan toe. Maar op deze manier zou hij in de hel komen. Groot was zijn angst. Wat zou hij graag nog eens luisteren naar het Evangelie van de zendelinge. Maar het was uitgesloten. Hij kon op geen enkele manier nog in contact komen met haar. De zendelinge hoorde echter ook over hem en over zijn verlangen om haar nog eenmaal te ontmoeten. Op haar gezag mocht hij nog eens bij de Woord-verkondiging zijn, maar dan wel geboeid. Met tranen kreunde hij: "Ik heb Jezus nodig". Glady bad met de anderen voor hem en toen werd hij weer naar zijn cel gebracht. In doodsnood lag hij daar op zijn knieŽn te bidden. Dagenlang werd hij gekweld door angst voor de hel.

Toen kwam de Here Jezus zijn cel binnen in een helder schijnend licht. Het was zo intens helder, dat het de gevangene deed beven. Maar toen zag hij de gestalte van een Persoon in dat licht. In zijn hart kreeg hij de overtuiging, dat het de Here Jezus was en zei: "O Here Jezus, Gij zijt het." En de Here antwoordde: "Ja, Ik ben het." De gevangene zag de Heiland aan en zag Zijn schoonheid. Later vertelde hij: "O, Hij was zo onuitsprekelijk schoon... zo dierbaar... zo kostelijk... zo zuiver... zo heilig. Toen sprak Hij tot mij: 'Sta op en volg Mij!'" De boeien vielen van hem af en de cel raakte vervuld van een onuitsprekelijk heerlijke geur.

Later kwamen ook de bewaker en de gouverneur er achter, dat er een wonder was geschied. Want de gevangene had geen boeien meer om, terwijl de sleutel van de boeien nog in het kantoor van de gouverneur aan de muur hing. Ook was de onuitsprekelijk heerlijke geur, die nog in de cel hing, een bewijs dat er inderdaad een groot wonder was geschied! Uiteindelijk kreeg de gevangene gratie. De doodstraf behoefde hij niet meer te ondergaan. De Heere Jezus had immers gezegd: "Volg Mij!"? En als de Zoon van God zoiets zegt, dan zorgt Hij er altijd voor, dat het in de praktijk ook echt mogelijk is. Want Hij kan de harten van de mensen neigen zoals Hij dat wil!


4. Duitsland

Voor Betsie stierf gaf God haar visioenen over een
toekomstig opvanghuis. Na de oorlog kwam haar zuster
Corrie bij dat huis. De beschrijving van Betsie bleek exact te
kloppen!

Aangezien de Nederlandse Corrie ten Boom (uit Haarlem) met haar familie aan de Joden onderdak hadden verschaft, in de Tweede Wereldoorlog, werden zij en haar zuster Betsie naar het Duitse concentratiekamp RavensbrŁck gebracht. Daar waren de ontberingen groot. Ze kregen heel weinig eten en moesten zware dwangarbeid verrichten. In hun bedden kropen de vlooien rond. Hierin zag Corrie zelfs nog een voordeel. De bewaaksters vermeden het slaapvertrek angstvallig, zodat ze daar ongestoord over de Bijbel konden vertellen aan de andere gevangenen. Vooral Betsie was een voorbeeld van naastenliefde en geloof, dat wil zeggen: Geloof in Gods goedheid. Maar voor Betsie was het leven aldaar te zwaar. Ze bezweek aan de beproevingen. Voor ze stierf kreeg ze echter van God visioenen over een opvanghuis, dat na de oorlog gebruikt zou worden voor mensen, die herstel nodig hadden van de verschrikkingen van een concentratiekamp. De stervende Betsie sprak: "Het is een prachtig huis, Corrie! Overal parketvloeren en beelden langs de muren, en een brede wenteltrap. En grote tuinen! Aan alle kanten tuinen, met bloemen erin. Dat zal hen goed doen, Corrie; bloemen verzorgen!"

Toen de oorlog voorbij was kwam Corrie bij een groot huis, dat ze niet kende. De eigenares vertelde, dat het huis gebruikt zou worden voor mensen die geleden hadden onder hun gevangenschap. Dit deed Corrie weer denken aan het visioen van haar overleden zuster. Ze vroeg: "Zijn er... zijn er parketvloeren binnen, en een brede galerij rondom een hal, en... eh... beelden langs de muren?" De eigenares keek Corrie verbaasd aan. "U bent er al geweest?! Ik herinner me niet..." "Nee," zei Corrie, "maar ik heb het gehoord van..." De eigenares vulde aan: "Van iemand die hier wel geweest is." "Ja," zei Corrie, "van iemand, die hier geweest is." Maar Betsie was er nooit geweest! Door Gods voorzienigheid had Hij het aan Betsie laten zien, toen ze stervende was in het concentratiekamp! Corrie wist echter niet wat ze zeggen moest, toen de eigenares haar later om een verklaring vroeg. Het was te wonderlijk voor haar.
We zouden trouwens ook kunnen zeggen, dat Betsie er (bij wijze van spreken!) geweest was in haar geest. Op een dergelijke manier sprak ook de Bijbelse profeet Eliza, toen hij zei tot zijn knecht Gehazi: "Ging mijn hart niet met u mee?" De knecht had namelijk iets gedaan wat Eliza niet goed vond, en dacht dat zijn meester het niet wist. Maar God had ervoor gezorgd, dat Eliza in zijn geest alles mee beleefde, alsof hij er zelf bij was!


5. Nederland

Met Gods hulp over het hek heen!

Iemand in Nederland maakte iets heel bijzonders mee in een levensgevaarlijke situatie. Aangezien hij zijn verhaal zelf heeft opgeschreven zullen we hem zelf aan het woord laten:

Vaak ben ik in mijn leven het slachtoffer geweest van vandalisme, pesterijen en vernielzucht. Een aantal jaren geleden kreeg die vernielzucht echter wel een heel bijzonder staartje voor mij. Bijna was ik verongelukt. In die tijd waren er opnieuw dingen van mij kapot gemaakt, gewoon omdat men daar plezier in had. Gelukkig werk ik in een fabriek waar ijzer bewerkt wordt. Zo kan ik soms in mijn vrije tijd in de fabriek wat van mijzelf repareren of iets nieuws maken.

Op een avond werd er overgewerkt door enkele collega's. Ik mocht toen ook in de fabriek zijn om de geleden schade voor mezelf te herstellen. Rond 18:00 uur besloot ik om even naar een pompstation in de buurt te gaan om enkele broodjes te kopen. De poort van het hek van het fabrieksterrein stond nog open, omdat de directeur ook nog binnen het bedrijf was. Echter: Juist toen ik even weg was, ging hij naar huis en sloot het hek achter zich af. Hij had niet aan mij gedacht.

Toen ik terugkwam stond ik dus voor een gesloten hek. Een heel vervelende situatie. Wat moest ik nu beginnen? Mijn collega's binnen hadden wel een sleutel, maar zij waren in een fabrieksruimte die ver van dat hek verwijderd was. Zou ik teruggaan naar huis? Maar dan moest ik in mijn vuile overal met het openbaar vervoer mee. En dat stuitte mij tegen de borst. Ik kon ook tweeŽnhalf uur naar huis gaan lopen. Maar goed beschouwd had dat allemaal geen zin. Want zelfs mijn huissleutels had ik niet bij me! Wat moest ik beginnen?

Als kind klom ik graag in de hoogste boom. Zou ik proberen om over het hoge hek te klimmen? Aan de bovenkant van het hek waren nog eens drie lijnen met prikkeldraad gespannen. Desondanks waagde ik een poging. Achteraf gezien was ik veel te roekeloos. Ik had beter buiten kunnen wachten tot het einde van de avond, als mijn collega's naar huis zouden gaan. Ze zouden mij dan de gelegenheid hebben gegeven om mijn tas en mijn jas (met reis-abonnement en sleutels) te pakken. Maar dat kwam toen niet in mijn gedachten.

Het naar boven klimmen ging vrij gemakkelijk. Op ťťn plaats grensde het hek aan het fabrieksgebouw. Daardoor kon ik bij het klimmen mijn voeten in een raamkozijn zetten. Spoedig stond ik boven op het hek, terwijl ik mij aan het gebouw vasthield om mijn evenwicht niet te verliezen. Het prikkeldraad stond tegen mijn onderbenen aan, maar dat deerde mij niet.

Opeens schrok ik enorm. Het hek bleek aan de bovenkant erg glad te zijn, waarschijnlijk doordat het net geregend had. Dit had ik in mijn berekening niet meegenomen! Ik besefte op dat moment meteen heel duidelijk: Eťn verkeerde beweging en ik glijd uit, met rampzalige gevolgen van dien! Omdat ik gewend was om de Heere bij allerlei dingen nodig te hebben en aan te roepen, riep ik Hem ook toen aan: "Heere, help mij! Help mij!" Wat zou de Heere doen? Wat verwachten wij van Hem en Zijn almacht?

Zomaar opeens begon het hek onder mijn gewicht in elkaar te zakken. (Onder normale omstandigheden is zo'n hek daar veel te sterk voor!). Eerst dacht ik: "Ook dat nog!" Maar spoedig besefte ik, dat de Heere bezig was om mij uit deze hachelijke situatie te redden. In wezen kreeg ik gewoon een lift omlaag! Het hek stortte niet meteen in elkaar, nee het ging heel mooi en geleidelijk. Ik verloor niet eens mijn evenwicht hoewel ik mij tijdens het zakken nergens aan vast kon houden. Het was alsof Hij mij Zelf vasthield! Toen ik op een veilige hoogte gekomen was, zakte het hek niet verder in elkaar. Maar toen kon ik zonder gevaar aan de andere kant van het hek naar beneden springen. Wat een uitredding!

Later moest ik denken aan Psalm 91 vers 11 en 12: "Want Hij zal Zijn engelen van u bevelen, dat zij u bewaren in al uw wegen. Zij zullen u op de handen dragen, opdat gij uw voet aan geen steen stoot." Dit mocht ik nu persoonlijk ondervinden! Als ik verongelukt was had ik het niet meer na kunnen vertellen. Of ik was mijn verdere leven invalide geweest. Maar geen haar van mijn hoofd werd gekrenkt! Gods bestuur gaat echt over alles met een volmaakte precisie. En als God dan toch lijden in ons leven toelaat (veelvuldig het slachtoffer zijn van vandalisme is ook een vorm van lijden) dan mogen wij weten dat niet alles zo blijft. God gaat een eeuwige onuitsprekelijk heerlijke toekomst geven aan degenen die Hem liefhebben! En reeds nu gaan Zijn tekenen en wonderen aan Zijn komst vooraf, opdat wij weten dat we niet in sprookjes geloven. Hem komt toe dat hemel en aarde Hem loven en prijzen! Zoals de dichter van Psalm 108: 2 (berijmd) zo mooi zingt:

Ik zal, o HEER, Uw wonderda‚n,
Uw roem den volken doen verstaan;
Want Uwe goedertierenheid
Is tot de heem'len uitgebreid;
Uw waarheid heeft noch paal noch perk,
Maar streeft tot aan het hoogste zwerk.
Verhef U boven 's hemels kringen,
En leer al d' aard' Uw grootheid zingen.



C. Zijn alle wonderen van God afkomstig?

Het antwoord op deze vraag moet luiden: Nee! Ook de duivel, de grote tegenstander van God met zijn miljarden demonen (= boze geesten), kan wonderen doen! Dit blijkt o.a. uit het volgende verhaal.

6. Trinidad

Klatergoud .... is alleen maar koud.
Zijn we overgeleverd aan karma en lot?....
Of steunen wij op de liefde van een barmhartig God?

Rabi Maharaj groeide op in Trinidad als hindoe. Volgens de leer van zijn geloof was het goddelijke in hemzelf. Hij behoefde slechts dit goddelijke te verwerkelijken en dan zou hij God zijn! Daarvoor deed hij dan ook zijn uiterste best door te leven volgens de principes die hem geleerd waren. Geweldloosheid was zo'n principe. Maar op het Ram-leela-feest juichten hij en honderden andere vegetariŽrs over de heldendaden van Hanuman en Rama op het slagveld, en hoe gewelddadiger de deelnemers het speelden hoe mooier zij het vonden. Verder snapte hij het ook niet goed. Hij had geleerd, dat alles EEN was en dat Brahman de Enige Werkelijkheid was. Al het andere was slechts illusie. Waarom moest er dan nog strijd geleverd worden? Zijn gezondheid was trouwens ook niet best in die tijd. De goddelijkheid was dus nog ver weg... En voor zijn moeder probeerde hij te verbergen, dat hij op jonge leeftijd al verslaafd was aan het roken. De sigaretten verkreeg hij door diefstal en dat kwelde zijn geweten verschrikkelijk. Toen hij een reinigingsoffer bracht en zich boog voor een koe, een heilig dier voor de hindoes, viel het dier op hem aan met de kop naar beneden. Rabi rende weg. Zijn god zat hem achterna! Waarom deed zijn god dat? Deze vraag achtervolgde hem de daaropvolgende dagen. Zelfs een gezaghebbend persoon kon deze vraag niet beantwoorden. Op een dag greep hij een oude leren riem en ranselde een paar jonge nichtjes van hem af. Daarna trok hij zich terug, vol schaamte en verbijsterd over zichzelf. Om deze voorvallen te vergeten zette hij heel zijn hart op de godsdienstige ceremonieŽn. Wanneer hij in diepe meditatie was werden zijn goden vaak zichtbaar en praatten met hem. Maar welke goden waren dat eigenlijk? Voor welke geesten had hij zich opengesteld? Welke invloeden en krachten waren er in zijn leven gekomen?

Op een dag werden hij en zijn vader beledigd door zijn tante. Ten dele had ze daar waarschijnlijk wel reden voor. Maar dat kon Rabi niet verdragen. Hij zag ineens een stel zware halters die gebruikt werden door iemand die aan gewichtheffen deed. Blind van woede pakte hij een staaf en tilde hem aan een kant op alsof het om een lichte stok ging. Hij zwaaide het in zijn geheel over zijn schouder en richtte het op het hoofd van zijn tante. Maar iemand die in de buurt stond deed een wanhopige uitval en greep het andere einde. De halter viel met een afschuwelijke doffe slag op de grond, waardoor het dikke beton verbrijzeld werd. Toen hij enigszins begreep wat er gebeurd was rende hij hartverscheurend snikkend de trap op. Hoe kon hij als prediker van geweldloosheid zoiets doen? En waar kwam die bovennatuurlijke kracht opeens vandaan? Hij sloot zich op in zijn kamer, gooide zich op zijn bed en bleef daar voor zijn gevoel uren liggen, zacht huilend, niet in staat te geloven wat er gebeurd was. Zijn wereld was in elkaar gestort. Hoe kon hij zijn tante en anderen nog ooit onder ogen komen? Het was zelfs zijn gewoonte om uit te kijken waar hij liep, opdat hij niet per ongeluk op een mier of kever zou trappen. Hoe had hij dan zijn hand op kunnen heffen tegen de zuster van zijn moeder?

Na middernacht, toen iedereen sliep, ging hij op onderzoek uit, want hij wilde weten hoe zwaar de halter nu eigenlijk was. Het ding lag nog op de plaats waar het gevallen was. Hij pakte de staaf met beide handen vast, nu in het midden, en trok uit alle macht. Maar hij kon de halter geen centimeter van de grond krijgen. Nu wist hij het zeker. Maar waar was die enorme kracht vandaan gekomen? Was hij bezeten geweest door ťťn van de geesten die hij in trance had ontmoet?, vroeg hij zichzelf af. Hij was er in ieder geval zeker van, dat de oorzaak iets kwaads was. En hoe kon hij voorkomen, dat die kwade macht hem op een gegeven moment niet weer zou gaan beheersen? En dan misschien met ernstiger gevolgen? Die vraag kwelde hem. En hoe kon hij zichzelf ervan overtuigen, dat hij goddelijk was en zichzelf tot God moest ontwikkelen?

Uiteindelijk kwam Rabi tot geloof in de Here Jezus. Toen begreep hij nog veel beter waar die razernij en die kracht vandaan kwamen. Van Gods tegenstander, de duivel, en zijn volgelingen: de boze geesten. Als Christen was hij die enorme kracht kwijt, maar hij kreeg er iets veel beters voor in de plaats: Vrede met God! Hij leerde toen ook wat echte vergeving inhield. Als hindoe geloofde hij in karma. Wat een mens zaait zal hij in het volgende leven oogsten. Fouten zijn alleen maar goed te maken door er langdurig voor te boeten. Maar bij Christus was het zo anders. Door het geloof in Zijn offer waren al zijn zonden vergeven en dus echt verdwenen! Zo was de weg open voor Gods blijdschap in zijn hart! Tranen van geluk en vreugde vulden zijn ogen. Hij voelde de liefde van de Here Jezus in zijn ziel binnenstromen. Zijn geheime voorraad sigaretten gooide hij weg. Hij had er zelfs geen behoefte meer aan. Zijn leven was nieuw geworden!



D. Nabeschouwing

Wat is het heerlijk, dat God zulke geweldige wonderen doet! Hiermee laat Hij menigmaal niet alleen zien, dat Hij echt bestaat, maar ook dat Zijn Woord, dat de mensen in de Bijbel hebben, betrouwbaar is! Ook openbaart God langs deze weg Zijn liefde, macht en heerlijkheid!
Toch dreigt hier ook een gevaar. In sommige christelijke kringen draait bijna alles om wonderen. Als iemand dan ziek is en geen genezingswonder ervaart, stelt men vaak dat het zijn of haar eigen schuld is. De betrokken persoon zou dan te weinig geloof hebben. Op deze manier maakt men mensen depressief of wanhopig, als ze niet van een bepaalde ziekte worden genezen. Zulke teleurgestelde mensen verlaten dan vaak gedesillusioneerd de christelijke gemeenschap, waar ze zich eerst met blijdschap bij aangesloten hadden. Wat is dat triest! Zulke mensen hebben gewoon niet het juiste geestelijke voedsel ontvangen van de kant van die gemeenschap. Daardoor raken ze ondervoed en haken af.

Hoe zit het dan met de wonderen? Waarom wordt de een wel genezen en de ander niet? En als iemand niet genezen wordt, ligt het dan altijd aan hem of haar? Om met de laatste vraag te beginnen: We kunnen niet zomaar stellen, dat het altijd zijn of haar eigen schuld is, als iemand niet geneest. Het is zelfs wreed om iemand, die niet genezen wordt, ook nog eens verwijten te gaan maken, omdat de genezing uitblijft! Het ligt niet altijd aan de patiŽnt! Aan de andere kant is het wel een goede zaak, als we de middelen gebruiken, die God ons in de Bijbel gegeven heeft. Zo spreekt de apostel Jakobus over de ziekenzalving in Jakobus 5: 14 en 15. Laten de kerken dit niet verwaarlozen, maar toepassen! Hierbij kan God aan de patiŽnt of een voorbidder een sterke overtuiging geven, dat er genezing zal komen. En als God Zelf die overtuiging gewerkt heeft, dan zal men daarmee niet bedrogen uitkomen.

En wat betreft de andere vragen:

In de eerste plaats is God soeverein, dat wil zeggen: Hij beslist Zelf of Hij iemand gaat genezen of niet. En Hij is aan niemand verantwoording verschuldigd, want Hij is de Schepper van alles en iedereen. Dit moest Job ook leren. Job leefde zo heilig en rechtvaardig, dat hij een voorbeeld was voor velen. Toch liet God toe dat Job zeer ziek werd, omdat de duivel had gezegd, dat Job God vaarwel zou zeggen, als Hij zijn gezondheid ernstig aan zou tasten. Maar Job bleef aan God trouw (hoewel hij God wel voor het gerecht wilde dagen, omdat hij er niets van begreep; maar niemand kan een rechtszaak tegen de eeuwige almachtige God beginnen!). Uiteindelijk werd Job weer door God genezen en toen ontving hij nog meer zegen en voorspoed dan in het begin.


Job in zijn ellende. Ook mensen
die leven volgens Gods wil,
worden soms zwaar ziek.

Verder lezen we in 2 TimotheŁs 4: 20: "en Trofimus heb ik te Milete krank gelaten." Dit zegt Paulus, die door de kracht van God zo veel wonderen mocht doen! Maar in dit geval kon hij het niet! Uiteindelijk beslist God dus Zelf, omdat Hij soeverein is.

In de tweede plaats moeten we ons afvragen waarom God wonderen doet. Over het algemeen doet Hij dat niet in de eerste plaats om iemand gelukkig te maken, maar primair om een teken te geven van Zijn tegenwoordigheid, macht, koninkrijk en waarheid. God gunt iedereen het allerbeste, maar Hij werkt wel volgens Zijn eigen orde. Wat het belangrijkst is, dat is voor Hem ook het belangrijkst. Daarom doet God bijvoorbeeld vooral wonderen in zendingsgebieden. Aan de inboorlingen, die vaak een primitieve heidense godsdienst aanhangen, wordt zo het bewijs geleverd, dat de ware God niet in afgodsbeelden te vinden is, maar dat Hij de Schepper is van hemel een aarde, en dat Hij Zich in de Bijbel geopenbaard heeft.

In de derde plaats: Als God een Christen altijd zou genezen, dan zou deze altijd blijven leven. Niemand blijft echter altijd leven in dit vergankelijke lichaam. Ook de mensen die door God genezen worden, sterven later alsnog (tenzij ze de Wederkomst van Christus meemaken, maar dat is iets anders). Ook de zogenaamde gebedsgenezers, die de mensen aansporen om zich voor genezing open te stellen, worden zelf niet meer genezen, als het einde van hun leven gekomen is. Ja, ook onder hen zijn mensen die getroffen worden door een hartinfarct of een vreselijk ongeluk.

In de vierde plaats vergeet men in die kringen, waarin bijna alles om wonderen draait, heel vaak dat de duivel en zijn volgelingen (de boze geesten) ook wonderen doen. Daarom sprak de Here Jezus in MattheŁs 24: 24 en 25:
"24. Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan, en zullen grote tekenen en wonderheden doen, alzo dat zij (indien het mogelijk ware) ook de uitverkorenen zouden verleiden.
25. Ziet, Ik heb het u voorzegd!"
Dat valse element ziet men vooral bij de tongentaal. Tongentaal wil zeggen, dat mensen door Gods Geest in talen gaan spreken, die ze nooit geleerd hebben. Inderdaad bestaat dit. De apostelen hadden dit ook op de Pinksterdag, zodat ze aan alle samengekomen buitenlanders over het Evangelie en over Gods grote daden konden vertellen. Aangezien God nog Dezelfde is als vroeger, mogen we er vanuit gaan, dat tongentaal, als gave van God, nog steeds voorkomt. Maar de duivel, Gods grote tegenstander, kan het ook geven! En dat gebeurt mťťr dan velen zouden willen geloven. Onderzoekers hebben dit duidelijk geconstateerd, o.a. door de inhoud van sommige tongentaal te vertalen (als het tenminste om een bekende taal ging). Het bleek dan vaak om vreselijke godslasterlijke taal te gaan! Er moet daarom veel meer toetsing zijn. Paulus sprak in 1 Korinthe 14: 28, dat tongentaal alleen in een gemeente mag voorkomen, als er een uitlegger is. Maar in veel extreme christelijke groeperingen houdt men zich daar niet aan, met alle risico's van dien.

In de vijfde plaats vergeet men in die kringen ook vaak, dat suggestie ook nog een rol kan spelen in bepaalde situaties. Ook wat dat betreft kan de zogenaamde tongentaal als voorbeeld dienen. Aldaar gaat men er heel vaak vanuit, dat tongentaal voor iedere Christen van elementair belang is. Paulus waarschuwt heel duidelijk in 1 Korinthe 12 en 14 voor dergelijke onevenwichtigheden. God geeft namelijk allerlei verschillende gaven aan Zijn verschillende kinderen. Op die manier kunnen ze elkaar aanvullen! Tongentaal is voor Paulus niet het belangrijkst. Een boodschap van God in een verstaanbare taal vindt hij belangrijker. En het belangrijkst van alles vindt hij de LIEFDE! Maar dan wel de hoogste vorm van liefde, namelijk de liefde die van God afkomstig is. Daardoor gaan wij God boven alles lief krijgen en onze medemens als onszelf.

Maar in die kringen volgt men zo vaak eigen denkpatronen en doet men alsof de tongentaal de enige poort is om Gods Geest rijkelijk te ontvangen. Mensen worden krachtig aangespoord om in tongen te gaan spreken en wie het niet doet wordt al gauw als koppig en hoogmoedig gezien (alsof een mens vrij de beschikking heeft over Gods bovennatuurlijke gaven). Als iemand dan, om van het gezeur af te zijn, enkele vreemde klanken uitstoot, zegt men: "Hij heeft de tongentaal ontvangen!" De toetsing ontbreekt dan geheel. De leidinggevenden vragen zich dan niet af waar die klanken vandaan kwamen. Van God? Van de duivel? Of gewoon van de persoon in kwestie? Mensen kunnen zich door suggestie inbeelden, dat ze de tongentaal van God hebben ontvangen. In dat geval hebben ze slechts geluisterd naar de klanken, die ze zelf verzonnen hebben.


Verder moet nog eens duidelijk gezegd worden, dat God lang niet alle aanwezigen geneest, als een zogenaamde gebedsgenezer een tournee maakt en in allerlei plaatsen volle zalen trekt. Dit is uit onderzoek achteraf wel gebleken. Maar aan de andere kant gebeuren er wel wonderen, ook bij zulke samenkomsten! Als we dat zouden ontkennen, zouden we God zeer tekort doen! Laten we echter niet gedesillusioneerd raken, als we ziek zijn en God ons niet geneest. Wat dat betreft kan de bovenvermelde Betsie (zie bij 4. Duitsland) ons ten voorbeeld zijn. Zij bezweek en stierf onder de ellenden van het concentratiekamp. Maar voortdurend was zij een voorbeeld van geloof, hoop en liefde! Ze bleef blijmoedig!

Een ander voorbeeld is de Amerikaanse Joni Eareckson. Zij werd verlamd door een duik in ondiep water. Daardoor werden haar rug- en/of nekwervels onherstelbaar beschadigd. Hoezeer heeft Joni bij God genezing gezocht! In een bepaalde periode vertrouwde ze er zelfs helemaal op, dat God haar genezen zou. Ze ging zelfs mensen opbellen om te vertellen, dat ze door God genezen zou worden. (Wie kan haar daarom een gebrek aan geloof verwijten?). Maar God deed het toch niet. Hij had andere plannen met haar. Door haar laat God aan heel de wereld zien, dat ook zwaar gehandicapte mensen blij en gelukkig kunnen zijn door de kracht van Zijn Heilige Geest! Joni leerde bijvoorbeeld schilderen met een penseel tussen haar tanden, en maakt zodoende gedetailleerde schilderijen die beroemd en zeer gewild zijn. Haar naam ging heel de wereld over, ook door haar eigen boeken. Er werd ook een film over haar leven gemaakt, die vertaald werd in 15 talen. En straks, in de eeuwige heerlijkheid, zal Joni met een nieuw en gezond lichaam haar Here voor eeuwig eer, glorie en heerlijkheid mogen geven, met een blijdschap die alle aardse begrippen te boven gaat!


Joni Eareckson tekent met haar mond.De tekening van Joni

En wie zal nog kunnen zeggen, nadat God zoveel wonderen heeft gedaan, dat die eeuwige heerlijkheid slechts een sprookje is? De Here Jezus kwam in Zijn hemelse heerlijkheid tot Johannes op het eiland Patmos, tot Nita in Sri Lanka en tot die gevangene in China. God genas lammen, blinden en doven in Zuid-Afrika. Hij trok Rabi Maharaj uit de duisternis van het HindoeÔsme. En Hij schonk in Duitsland aan Corrie ten Boom en haar zuster Betsie, en in Amerika aan Joni Eareckson de moed om blijmoedig te blijven getuigen van hun Here, hoewel hun omstandigheden afschuwelijk waren. Hoe groot en heerlijk is deze God! Zouden we voor Hem niet in vuur en vlam staan?